Geschiedenis

Aan het Kasteel van Zwijnaarde ging reeds een rijke geschiedenis vooraf. De naam “Zwijnaarde” zelf zou etymologisch ontstaan zijn uit een samentrekking van “Zwin” en “aarde”. Het eerste deel staat –in tegenstelling tot het meest voor de hand liggende– voor een kreek of moerassige grond, hetgeen ons een betekenis geeft van een streek die regelmatig door overstromingen zou getroffen worden.

Zoals vele andere gebieden rond Gent, behoorde Zwijnaarde in de periode 1344 tot omstreeks 1696 tot het bezit van de abten van de abdij die aan de basis van Gent lag; de Sint-Pietersabdij. Aangezien zij dit gebied uitzonderlijk vonden, kozen de “heren van Zwijnaarde”, deze plaats uit om er een buitenverblijf op te trekken.

Het kasteel werd echter niet enkel door de clerus, maar eveneens door de adel gebruikt als verblijfplaats. Verschillende Graven van Vlaanderen namen hier hun intrek, maar ook Isabelle van Oostenrijk vond hier een toevluchtsoord.

Nadat de calvinisten in 1577 Gent in hun handen hadden, werd het gebouw tijdens de Beeldenstorm in 1578 niet ontzien.

Het werd echter opnieuw opgebouwd in de 17de eeuw door abt Joachim Schaeyck. In diezelfde eeuw werd het openbaar verkocht door de Franse bezetter, waardoor het in de handen van de familie della Faille d’Huysse kwam. Deze gegoede familie liet het niet na het gebouw rond 1836 volledig te renoveren in een neo-classicistische stijl. Helaas kon het kasteel nog geen volle eeuw van haar nieuwe elan genieten, want in de Eerste Wereldoorlog bezweek het onder het oorlogsgeweld.

Toch gaf de familie het gebouw niet op en liet het nogmaals heroptrekken, deze keer in de neo-rococostijl. Dit gebeurde in een periode waar Eteinne della Faille d’Huysse van diezelfde familie een uitzonderlijk lange ambtstermijn van 53 jaren als burgemeester van Zwijnaarde vervulde.

Tot viermaal toe werd het kasteel dus opnieuw opgebouwd van aan de grond en telkens opnieuw vonden generaties in de domein een toevlucht uit het drukke stadsleven. Dit blijft tot op heden een van de grootste troeven van dit pronkstukje in het Oost-Vlaamse landschap.